BintjePLUS

BintjePLUS is een publiek project dat tot doel heeft om Bintje-aardappelen te ontwikkelen die duurzaam resistent zijn tegen de aardappelziekte veroorzaakt door Phytophthora infestans. Met behulp van de techniek van genetische modificatie zullen vier verschillende natuurlijke resistentiegenen in de Bintje-aardappel worden geïntroduceerd. Het BintjePLUS project wordt uitgevoerd door een projectconsortium bestaande uit UGent, ILVO en VIB.

Bijdragen tot een minder milieubelastende aardappelteelt

De aardappelziekte vormt in België de grootste bedreiging voor de aardappelteelt. Om de ziekte onder controle te houden moeten aardappeltelers gemiddeld 12 tot 15 keer per seizoen spuiten met een combinatie van fungiciden. In een nat zomerseizoen kan dit aantal spuitbeurten gemakkelijk oplopen tot 20 keer. Het veelvuldig met de spuitmachine moeten uitrukken en het toepassen van de fungiciden brengt een serieuze milieubelasting met zich mee. Wetenschappers schatten in dat de teelt van duurzaam resistente aardappelen het fungicidegebruik in de aardappelteelt met ongeveer 80% zou kunnen doen dalen. UGent, ILVO en VIB willen met het ontwikkelen van een duurzaam resistente Bintje-aardappel een dergelijke verlaging van de milieubelasting van de aardappelteelt helpen realiseren.

Waarom Bintje?

België is het land van de frieten. De Bintje-aardappel is een aardappel ‘van bij ons’ en frietaardappel bij uitstek. Bintje maakt vandaag nog altijd 40 tot 50% van de Belgische aardappelteelt uit. De Bintje-aardappel is bovendien bijzonder geschikt voor het verwerken tot puree, kroketten, chips en allerlei andere aardappelbereidingen. Ook qua smaak is Bintje top. Deze kenmerken én het feit dat Bintje heel gevoelig is voor Phytophthora hebben de projectpartners in overleg met de Belgische aardappelsector doen besluiten om het Bintje-ras als uitgangspunt te nemen voor het ontwikkelen van een duurzaam resistente aardappel.

De BintjePLUS aardappel bevat alleen natuurlijke aardappelgenen

De BintjePLUS aardappel verschilt van de gewone Bintje-aardappel doordat er met behulp van genetische modificatie een aantal natuurlijke resistentiegenen, afkomstig van wilde knoldragende aardappelverwanten uit Midden- en Zuid-Amerika, zijn binnengebracht. Dergelijke natuurlijke resistentiegenen kunnen ook via klassieke kruisingen in de cultuuraardappel worden geïntroduceerd. Toch is in het BintjePLUS project niet voor de klassieke weg gekozen. Daar zijn de volgende logische redenen voor:

  1. Het via klassieke weg inkruisen van die resistentiegenen is een complex en zeer tijdrovend proces.
  2. Via klassieke weg is het mogelijk om één of twee resistentiegenen te introduceren, maar het tegelijkertijd introduceren van vier resistentiegenen – wat noodzakelijk is voor het verkrijgen van een duurzame resistentie – is via die weg weinig realistisch. Of toch niet binnen een aanvaardbare termijn. Een resistentie gebaseerd op slechts één of twee resistentiegenen is bovendien weinig duurzaam. De kans dat Phytophthora een dergelijke resistentie snel doorbreekt is zeer reëel.
  3. Als je via klassieke kruisingen dergelijke resistentiegenen in de aardappel wilt introduceren, moet je ook telkens vanaf nul weer een nieuw ras opbouwen. Op die manier een resistent Bintje maken is niet mogelijk. Je eindigt altijd met een ander ras dat niet alle eigenschappen van Bintje bezit.
  4. Met behulp van de techniek bekend als genetische modificatie is het mogelijk om vier resistentiegenen tegelijkertijd in Bintje te introduceren, en bovendien zodanig dat de belangrijkste raseigenschappen van Bintje bewaard blijven.

De duurzaam resistente BintjePLUS aardappel verschilt niet wezenlijk van een aardappel die via klassieke kruisingen resistent is gemaakt. Enkel de manier waarop de resistentiegenen zijn geïntroduceerd, verschilt. Zo’n aardappel die enkel natuurlijke genen bevat, afkomstig van planten waarmee de aardappel van nature kan kruisen wordt soms ook een ‘cisgene’ aardappel genoemd. Dit in tegenstelling tot ‘transgene’ gewassen die soortvreemde genen bevatten afkomstig van organismen waarmee die gewassen niet van nature kunnen kruisen.

© UGent - ILVO - VIB - HOGENT